Wat zei de commissie Onderwijsgeschillen van onze klacht over Askoscholen en de Lidwindaschool?
Mensen - Scholen
woensdag, 24 augustus 2016 20:36

Op 1 juli 2016 deed de Commissie Onderwijsgeschillen uitspraak in onze klacht tegen de directeur heer Maarten Berkers van de Lidwinaschool in Amsterdam en voorzitter Mr. Diane Middelkoop van stichting Askoscholen. Een andere naam voor deze commissie is de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs. De uitspraak was voor ons ongunstig: de klacht werd op alle punten ongegrond verklaard. Hierbij onze reactie op deze uitspraak.

De Commissie verklaart onze klacht dat de heer Berkers niet voldoende sturing geeft aan leerkrachten ongegrond. Ze vinden het normaal dat ouders een onbekende juf aanspreken op breien op het schoolplein zonder naar de kinderen te kijken en op een geweldsincident dat ze meteen de eerste dag zien. Met andere woorden er wordt veel mondigheid van ouders gevraagd: ook bij een dergelijke juf moeten ouders zich min of meer eerst als leidinggevende van de juf opstellen en dan pas kunnen ze hun beklag doen bij de schooldirecteur. Ook vind de Commissie het kennelijk niet erg dat onze algemene klacht over deze juf, die dus niets met onze kinderen te maken heeft, met onze namen erbij met de juf is besproken. Dit soort dingen waar iemand iets negatiefs doorverteld tegen een derde is voer voor allerlei conflicten. Dagelijks worden er vele uren soap-series mee gevuld. Desondanks erkent de Commissie niet dat de heer Berkers zo een klacht van een ouder onnodig heeft laten escaleren.

In mijn kacht heb ik aangegeven dat meerdere ouders klachten hadden over deze juf. De heer Berkers erkende dat ook ("er zijn verzoeken geweest") maar wilde er tegenover mij geen details over kwijt. De Commissie heeft helaas niet de moeite genomen om dit verder uit te zoeken, bijvoorbeeld tijdens de hoorzitting.

Ook mijn klacht over het frequente TV-kijken is ongegrond verklaard. Ze zeggen dat de partijen elkaar over de frequentie ervan tegenspreken en dat er verder geen aanwijzingen zijn dat er frequent TV gekeken wordt. Dat laatste klopt niet: in een brief van een andere ouder aan de Commissie bevestigd een ex-leerling dat er sinds de invoering van het digibord regelmatig TV gekeken wordt. Dit "om de klas rustig te houden". Volgens deze ex-leerling werd er voornamelijk naar Mr. Bean gekeken. Ouders met een soortgelijke klacht raad ik aan om een logboek bij te houden met wanneer en waar er naar gekeken wordt. Waarschijnlijk zou je dat zelfs met meerdere ouders moeten doen. Dat gaat wel erg ver, te ver voor mij, maar achteraf blijkt dat dat bij de combinatie Lidwinaschool en de Commissie Onderwijsgeschillen helaas moet. Hier is de verklaring van de ex-leerling, een buitenstaander, door de Commissie genegeerd. Tenslote hebben wij als ouders geen enkel belang om hierover te liegen. De heer Berkers en mevrouw Middelkoop hebben dat wel.

Ondanks dat de Commissie het klachtonderdeel over het TV-kijken ongegrond heeft verklaard blijft Berkers' ontkenning dat er veel pulpprogramma's gekeken werden opmerkelijk. Onze beide kinderen (4 en 6) kwamen meerdere keren per week thuis met verhalen dat ze programma's als Mr. Bean (tekenfilm) en Buurman & Buurman hadden gekeken. De school laat vervolgens meer dan een maand in het midden hoeveel er gekeken wordt. Dan ontkent Berkers opeens dat er veel naar dit soort programma's gekeken wordt. Wie is dan het meest geloofwaardig? Later hebben wij bovendien een verklaring gekregen van een wat oudere ex-leerling die onze vermoedens bevestigde. Na de uitspraak is het frequente gebruik van het Digibord voor filmpjes nog eens door een ouder bevestigd. Zij zei dat er vooral aan het einde van de dag gekeken werd.

Ook verklaart de Commissie onze klacht dat klachten stelselmatig getraineerd worden ongegrond. Zij vinden het normaal dat de school een belafspraak zonder reden te geven of excuses te maken niet nakwam. Dat de heer Berkers de overplaatsing van onze zoon traineerde door het eerst 2 weken te willen aankijken met de juf (alsof hij niet eerder van klachten over deze juf had gehoord) en vervolgens een paar dagen later besloot om niet over te plaatsen. Zij vinden het kennelijk normaal dat er in de eerste instantie niets is gezegd over de frequentie van het TV-kijken. Pas vele weken later kwam er een ontkenning, dat er maar sporadisch TV werd gekeken in de klas. Zij vinden het normaal dat er in de eerste instantie niet is gereageerd op mijn verzoek om meer informatie over het TV-kijk beleid van de school. Pas na veel aandringen kwam die informatie er weken later: er was geen TV-kijk beleid. Zij vinden het verder normaal dat de heer Berkers en mevrouw Middelkoop hun verweerschrift bij de Commissie pas op het aller-allerlaatste moment, buiten kantooruren, hebben ingediend.

De Commissie verwijt mij dat wij niet zijn ingegaan op het verzoek van Askoscholen om een gesprek met regiomanager Jan-Willem van Schendel over het TV-kijken te hebben. Ze hebben geen begrip voor het feit dat wij overdag gewoon moeten werken. Bovendien hadden wij al een gesprek met de vertrouwenspersoon van Askoscholen gehad. Dit is de heer Ben Dieker. Hij is niet onafhankelijk zoals mevrouw Middelkoop tijdens de hoorzitting tegen de Commissie zei. Hij werkt immers al zeer lang voor Askoscholen en we mogen aannemen dat hij ook in zijn functie van vertrouwenspersoon door Askoscholen betaald. In de eerste instantie toont hij aan de telefoon zich meelevend. Tijdens het gesprek met hem en de heer Berkers is hij dat niet meer. Dan legt hij geduldig het standpunt van Askoscholen uit. In het geval van onze klacht over TV-kijken kwam dat neer op dat wij ons niet moesten mengen in het beleid van de school. Op onze vraag hoe het passief TV-kijken dan te rijmen was met het beleid van de schoolwebsite, "spelenderwijs leren", had noch voorzitter Diane Middelkoop van Askoscholen noch Ben Dieker noch Maarten Berkers een bevredigend antwoord.

Verder is het zo dat Aschoscholens regiomanager Jan-Willem van Schendel een historie heeft met ons. Hij had namelijk geen antwoord gegeven op 2 belangrijke vragen in zijn antwoord op een eerdere klacht van ons. De eerste vraag waarom onze toen vierjarige zoon zonder reden door de heer Berkers 2 dagen geschorst is. De tweede vraag is wat de heer Berkers en Askoscholen vinden van een juf die tijdens het speelkwartier met haar hoofd in een breiwerkje zit in plaats van op te letten wat de kinderen doen. Logisch natuurlijk dat wij weinig van zo'n extra gesprek verwachtten. En de reactie van Askoscholen bevestigde ons daarna vermoeden. Hierin werd TV-kijken met het beleid "spelenderwijs leren" gekoppeld onder het mom dat TV-kijken goed voor de ontspanning is en dat ontspanning eigenlijk ook spelenderwijs leren is. Weinig ouders zullen het hier mee eens zijn. Hoewel dit alles duidelijk in de klacht staat heeft de Commissie geen oog voor deze context. Niet voor niets heb ik 2 klachten tegelijkertijd ingediend bij de Commissie en benadrukt dat de context zeer belangrijk is.

De Commissie is doof gebleken voor dit argument. Tijdens de zitting zei de voorzitter dat de Commissie het "complex" van de klacht beoordeeld in plaats van dat de Commissie de punten waarop geen verweer is gevoerd toewijst, zoals bij een procedure bij een rechter. Noch het eerste noch het tweede heeft de Commissie gedaan. In plaats daarvan hebben ze elk punt strict afzonderlijk beoordeeld. Ze hebben verder nauwelijks zelf onderzoek gedaan. In plaats daarvan zijn ze vooral afgegaan op wat de heer Berkers en mevrouw Middelkoop tijdens de hoorzitting zeiden zonder dat te verifieren met wat er op papier staat.

Ook onze klacht dat de Lidwinaschool en Askoscholen klachten bagatelliseert verklaarde de Commissie ongegrond. Zoiets is inderdaad moeilijk hard te maken. De school deed het echter voorkomen dat wij de enige waren die over de juf klaagden. Dat noem ik bagatelliserend gedrag. Toen wij erachter kwamen dat er al andere ouders over deze juf hadden geklaagd wilde de heer Berkers daar niets over kwijt. Ook dat is een vorm van bagatelliseren. Bij het TV-kijken was de email van de (andere) juf duidelijk bagatelliserend. Dat men lang niets wou zeggen over de frequentie van het TV-kijken is ook een vorm van bagatelliseren. De commissie heeft verder geen oordeel over of TV-kijken ter ontspanning zoals Middelkoop schrijft nu wel iets is wat ouders van een school verwachten.

De commissie verklaarde onze klacht dat mevrouw Middelkoop en de heer Berkers zich niet integer gedragen ongegrond. Ik heb in de stukken veel voorbeelden van niet-integer gedrag gegeven. Bijzonder is dat de Commissie focust op dat de heer Berkers zich "meester" op Twitter noemt. Dat vinden ze niet erg omdat Berkers aanvoerde dat iedereen zich op de school "meester" of "juf" noemde omwille van het "pedagogisch klimaat". Feit blijkt wel dat hij tegen ons niet wilde zeggen of hij de Pabo had gedaan. Daaruit blijkt de intentie om te verhullen dat hij geen "meester" is. Verder noemt hij zich ook op de site van de school zelf "meester" (juni 2016). Dat doet hij op de pagina met de lijst van leerkrachten. Daaruit leiden ouders ten onrechte af dat hij dat hij de Pabo heeft gedaan. Dat soort overwegingen noemt de Commissie allemaal niet. Ook is het op grond van de stukken zeer aannemelijk dat de heer Berkers en mevrouw Middelkoop tijdens de zitting en in hun verweer onwaarheden hebben verteld. De meeste ouders zullen het verdedigen van TV-kijken als onderdeel van "spelenderwijs leren" niet integer vinden. Voor de commissie kan dat allemaal gewoon. Die gelooft gewoon alles, en ze kijken niet naar wat het meest waarschijnlijk is op grond van wat er op papier staat.

Ook de klacht dat de heer Berkers en mevrouw Middelkoop zich intimiderend gedroegen verklaarde de commissie ongegrond. Ik kon het niet goed bewijzen. Dat Middelkoop in een brief insinueerde dat mijn klagen niet in het belang van mijn kinderen was daar stapten ze over heen. Ze gaven daarbij als reden dat ik het vele TV-kijken (met een zak chips erbij) als ernstige misstand had bestempeld. Als klagende ouder zit je dus in een spagaat. Aan de ene kant wil je duidelijk zijn en aan de andere kant mag je niemand voor het hoofd stoten. Ze vermelden in hun uitspraak niet dat ik in dezelfde email daar meteen een forse nuancering aan toe heb gevoegd, namelijk dat ik het de juffen niet persoonlijk kwalijk nam. Dat was kennelijk niet genoeg. Dat de school onze eerdere klacht over de juf nodeloos heeft laten escaleren telde voor de Commissie niet mee. Ook negeerde de commissie een soortgelijke intimiderende brief van Askoscholen aan een andere ouder en een ingezonden verklaring over een ander soortgelijk voorval van weer een andere ouder. Beide ouders hadden geen kinderen meer op de school en dus geen belang bij het gegrond verklaren van dit klachtonderdeel.

De voorzitter zei tegen ons dat "het complex van de klacht" (het was slecht te verstaan) zal worden beoordeeld. Hij wilde hiermee het verschil aangeven met een gewone rechtszaak. Daar worden de punten waarop geen verweer wordt gevoerd toegewezen. Onze klacht is bij uitstek geschikt voor een beoordeling op het geheel. Voor de meeste onderdelen zijn er meerdere aanwijzingen. Meestal kleine aanwijzingen, soms grotere en samen is er een duidelijk patroon zichtbaar.

Neem bijvoorbeeld integriteit. De heer Berkers weigerde mij de reden van de schorsing van mijn zoon te noemen. Tegen de commissie ontkende hij dat overigens. Op grond van de correspondentie is het onwaarschijnlijk dat de heer Berkers ons de reden van Ivo's schorsing heeft gezegd. Anders had ik niet om deze reden gevraagd in mijn latere brief aan Askoscholen. Ook van Askoscholen kreeg ik vervolgens geen antwoord op deze vraag. Bij onze vraag over het breien van de juf ging het net zo. Ook de ontkenning van het frequente kijken van pulpprogramma's op het digibord is gewoon niet geloofwaardig. Wie moeten wij geloven, onze kinderen en die oudere ex-leerling of de heer Berkers? De heer Berkers is de enige die er belang bij heeft om een sociaal wenselijk antwoord te geven. Als er inderdaad maar heel weinig van dat soort programma's gekeken werden dan had de juf dat bovendien wel direct aan ons geantwoord. Berkers ontkenning kwam ongeveer 2 maanden later. Dan is er dat hij zich "meester" noemt op de teampagina van de schoolwebsite en op Twitter. Voor het pedagogische klimaat zei hij tegen de Commissie. Tegen ons wilde hij echter niet zeggen of hij de Pabo had gedaan. Dat staat in mijn klacht en heeft hij nooit ontkend. Maar dat hij dat niet kwijt wilde is een aanwijzing dat hij niet wil dat ouders te weten komen dat hij de Pabo niet gedaan heeft. Zo zijn er nog meer aanwijzingen. Al die aanwijzingen bij elkaar vormen natuurlijk één geheel. De Commissie Onderwijsgeschillen heeft daar helaas geen oog voor gehad. Zij lijken alle afzonderlijke feiten ook echt los van elkaar te hebben beoordeeld.

Ik ben in ieder geval blij dat ik dankzij de klacht bij de onderwijscommissie eindelijk antwoord heb op een paar belangrijke vragen:

  1. Waarom de directeur mijn zoon van net 4 jaar 2 dagen heeft geschorst. Dat was omdat er per dag maximaal één nieuw kind in een kleuterklas mag instromen.
  2. Wat de directeur vindt van een juf die zit te breien op het schoolplein. Dat keurde hij niet af.

Ook ben ik blij dat het Digibord nu veel minder voor pulpprogramma's wordt gebruikt. Er is zelfs een kleine aanwijzing dat de juf waarover wij geklaagd hebben zich verbeterd heeft. Leerkrachten houden het traktatiebeleid beter in de gaten. Het schijnt zelfs dat sommige groepen tussen de middag naar een speeltuin in de buurt lopen om zo andere kinderen meer buitenspeeltijd op het nu eenmaal kleine schoolplein te geven. Dat scheelt misschien weer een paar bijziende kinderen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat bij volgende klachten de communicatie met de school soepeler gaat verlopen.

Lees verder: Wat vinden andere ouders van de Lidwinaschool in Amsterdam?